Reizen met Richard

Reizen met Richard

Reisplan voor Toscane

Reizen met Richard's avatar
Reizen met Richard
Jan 03, 2026
∙ Paid

Inleiding

Ik weet nog goed hoe ik voor het eerst de Chianti in rijd. Het is herfst. De zon staat laag en hier en daar blijft een flard mist hangen rond een heuvel. Het landschap opent zich langzaam. Cipressen staan soms los in het veld, soms in strakke lijnen die naar een villa leiden. Wijngaarden rollen van de heuvels af, olijfbomen vullen de ruimte ertussen. En overal duiken kleine, slaperige dorpjes op. Alsof ze er al lagen voordat iemand ze benoemde.

Jaren later kom ik terug. Het beeld is vertrouwd en toch gebeurt er iets onverwachts. Hetzelfde gevoel van overweldiging is er weer. Alsof het landschap zich niets aantrekt van herinneringen of verwachtingen.

Het lijkt zich opnieuw te openen. Net zo vanzelfsprekend als de eerste keer. Misschien kijk ik anders, langzamer. Misschien laat ik meer toe. Wat het ook is: Toscane blijkt groter dan mijn herinnering eraan.

Dat herken ik op meer plekken in Toscane. In Siena, waar de kathedraal telkens opnieuw indruk maakt, ook als je denkt dat je haar al kent. In Lucca, waar de stadsmuren en pleinen een vanzelfsprekende gezelligheid hebben die niet gemaakt aanvoelt.

Toscane laat zich niet één keer zien; het vraagt om herhaling.

Toch hoort daar ook eerlijkheid bij. Toscane is geliefd, en dat merk je. Vooral in Florence is het druk, het hele jaar door. Soms schuurt dat met het beeld van rust en ruimte dat het landschap oproept. Dat moet je kunnen verdragen.

Wie dat accepteert, ontdekt een regio die veel te bieden heeft. Cultuur die diep geworteld is in geschiedenis en rivaliteit. Landschap dat gevormd is door eeuwen van gebruik.

Dit reisplan beweegt zich daartussen: van stad naar heuvel, van drukte naar stilte. Niet om alles te zien, maar om Toscane te beleven zoals het zich onderweg aandient.

Uitzicht over Siena

Geschiedenis

De geschiedenis van Toscane laat zich niet in één lijn vertellen. Ze slingert, net als het landschap zelf, door eeuwen van bloei en verval, van macht en kwetsbaarheid. Wat vandaag zo harmonieus oogt, is opgebouwd uit lagen tijd en sediment, zorgvuldig over elkaar heen gelegd.

De aarde hier is nooit echt stil geweest. Ooit lag dit gebied onder zee. De heuvels blijken oude zeebodems. Omhooggeduwd door krachten die zich niets aantrokken van menselijke maat of tijd.

Wat nu wijngaarden en cipressen draagt, bestaat uit klei, kalksteen en zandsteen. In sommige gebieden lijkt de grond bijna te brokkelen onder de voeten. Grijs, droog, breekbaar. Alsof de aarde zich hier nog niet helemaal heeft verzoend met haar huidige vorm.

Regen sneed diepe groeven in de hellingen, zon verhardt de klei tot barsten. Het landschap verandert met de seizoenen, maar ook langzaam, onzichtbaar, jaar na jaar.

Verder naar het zuiden wordt het verhaal donkerder. Vulkanisch. Warmwaterbronnen, zwavelgeur, damp die opstijgt uit de aarde. In plekken als Saturnia is Toscane niet alleen oud, maar ook levend. De aarde ademt hier nog. Niet spectaculair, niet luid, maar gestaag en onverschillig.

Geologie

Toscane wordt in het noorden en oosten gedomineerd door de Apennijnen. Die als een soort van halve maan om Toscane heen liggen. En alleen in het noordwesten een rand leeg laten aan zee.

De Apennijnen zijn veel jonger dan de Alpen en zijn gevormd door de werking van de Afrikaanse aardplaat tegen de Euraziatische plaat. Waar ook de kleine Adriatische plaat zich nog een keer tegenaan bemoeid.

In het oosten staan de Apennijnen daardoor onder invloed van de krachten die onder de Adriatische Zee werken. Zij zorgen voor een langzame opstuwing. In tegenstelling tot het westelijke deel dat onder invloed staat van de Tyrreense zee die zorgt voor spreiding en breuken. Bij elkaar zorgt dit ook voor een verschillend landschap.

Doordat de Appenijnen als een halve maan om Toscane liggen, verloopt het landschap niet zozeer van oost naar west of visa versa, zoals in de Marken. Het verloopt van oost naar west én van noord naar zuid.

Daarbij komt dat een deel van dit verloop wordt doorsneden door de Arno. Die als eenzelfde halve maan door het dal van de Appenijnen loopt. En heeft als het ware de Chianti los gesneden van de Appenijnen zelf.

Uitzicht op de Pratomagno

In het oosten en noorden van Toscane worden de heuvels bergen.

In het oosten is dat de Pratomagno tussen Florence en Arezzo. Een berggebied dat wordt doorsneden door twee armen van de Arno. De een aan de oostkant, de ander aan de westkant.

In het noorden betreft dit allereerst de Tosco-Emiliaanse Appenijnen met als hoogste bergen de Monte Cimone en Prado van over de 2.000 meter.

Het landschap is hier ruiger en stiller dan het Toscane van de ansichtkaarten: beboste hellingen, bergpassen, kleine dorpen die zich vastklampen aan de hoogte.

Uitzicht over de Appenijnen bij Passo della Futa

In tweede instantie zijn dit de Appenijnse Alpen. Met als hoogste punt de Monte Pisanino van bijna 2.000 meter. Het zijn geen echte alpen, maar door de steile punten van de bergen, worden ze zo genoemd.

Dit gebied staat vooral bekend om zijn marmer, met Carrara als beroemdste naam. De bergen zijn hier niet rond en vriendelijk, maar uitgesneden, blootgelegd, soms bijna wit van steen.

In het bergachtige gebied komen we in dit reisplan niet. Hooguit doorkruisen we het. Hoewel het hier wel goed toeven is. Koeler dan in de rest van Toscane. Met mooie wandelmogelijkheden. Mocht je meer tijd hebben, ga dan boven Lucca zeker naar de Garfagnana.

Tenslotte ligt langs de kust in het zuidwesten van Toscane nog een stuk vulkanisch gebergte. Waarvan de Monte Amiata de belangrijkste is. En ook duidelijk nog te herkennen is als vulkaan.

Etrusken en Romeinen

Lang voordat Toscane Toscane werd, woonden hier de Etrusken. Een raadselachtig volk, dat steden bouwde op strategische heuvels en zijn doden met zorg en symboliek omringde.

Hun invloed is nog altijd voelbaar, al is hij vaak verborgen: in straatpatronen, in namen, in het idee dat hoogte veiligheid en overzicht biedt.

De Romeinen namen het gebied over en brachten orde, wegen, aquaducten. Ze verbonden Toscane met de rest van hun wereld, maar maakten het ook onderdeel van een groter geheel, waarin lokale eigenheid langzaam vervaagde.

Palazzo dei Priori in Volterra

Stadstaten en Commune

Na de val van Rome werd Toscane een lappendeken van steden en machtsgebieden. Florence, Siena, Pisa, Lucca. Elk met een eigen tempo, eigen ambities en een uitgesproken karakter.

De steden keken niet naar één centrum, maar vooral naar elkaar. Handel, rivaliteit en trots bepaalden het ritme. In die spanning ontstond iets bijzonders: kunst en architectuur als middel om macht, geloof en identiteit zichtbaar te maken.

De meeste steden en stadjes sloten in de 12e en 13e eeuw een commune. Een commune was een verbond tussen de plaatselijke adel en de lokale kooplieden in Italië. Met als beroemdste voorbeeld het geslacht De’ Medici. Vaak bedoeld om de macht van de bischop en de paus aan banden te leggen.

Commune, Popolo en Priori

De commune had een door het volk (Popolo) gekozen democratisch bestuur dat Priori heette. Vandaar ook dat de meeste centrale pleinen in Italië de toevoeging Priori of Popolo hebben.

De vorming van de communes had een grote economische en culturele groei tot gevolg. De schaduwkant was veel onderlinge strijd.

Welfen en Ghibellijnen

Strijd dus. Meestal tussen keizerlijk gezinden (Ghibellijnen) en pauselijk gezinden (Welfen). Vaak was dit ook een strijd langs de lijn van de oude adel en de burgerij/kooplieden.

Soms werd voor het beslechten van hevig oplopende geschillen de hulp ingeschakeld van een externe stad. En dat waren vaak de grotere steden. Deze steden gingen vervolgens elkaar te lijf.

Torre del Mangia in Siena… hoger dan de hoogste toren in Florence?
Florence en Siena

Zo ontstond in Toscane de rivaliteit tussen de twee grootste: Florence en Siena. Waarbij Pisa en Lucca aanvankelijk ook nog behoorlijk meedongen naar de titel. Met de verovering van Pisa door Florence kantelde de machtsbalans in de 16e eeuw richting Florence en de Florentijnse republiek. In sterke mate ondersteunt door vorsten van buiten.

En zo ontstond het hertogdom van Florence en vlot daarop het groothertogdom van Toscane. En dan moeten we het hebben over de familie De’ Medici.

De’ Medici

We gaan weer even terug in de tijd: in de 12e eeuw ontstaat de Florentijnse republiek. Deze commune houdt tot het begin van de 16e eeuw stand. Hoewel de machtsbalans in de loop van de eeuwen steeds meer bij enkele families komt te liggen. En er steeds minder van het democratie karakter over is.

Uiteindelijk komt in de loop van de 15e eeuw de familie de’ Medici aan de macht. In de persoon van Lorenzo de Medici of ook wel Lorenzo il Magnifico genoemd. Zijn grootvader Cosimo (de Giovanni) was de eerste uit de familie die de republiek aanvoerde. Lorenzo consolideerde die macht dusdanig, dat er geen sprake meer van een democratie was.

Palazzo Vecchio in Florence dat daarvoor het Palazzo del Popolo heette…

Cosimo I (niet te verwarren met Cosimo di Giovanni) zorgt er in de 16e eeuw voor dat de familie groothertog wordt van Toscane. De familie laat de macht met enkele tussenpozen niet meer los tot in de 18e eeuw.

Florence en de de’ Medici schaarden zich over het algemeen achter de pauselijke macht uit Rome. En ze waren dus Welfs. Er waren zelfs twee de’ Medici’s paus.

Ook wist de familie zich via huwelijken een sterke positie in Europa te verwerven. Zo waren vrouwelijke telgen van dit geslacht tot twee keer toe koningin van Frankrijk.

De familie de’ Medici was sterk geïnteresseerd in de letteren en in schilder- en beeldhouwkunst. En zo ontwikkelde Florence zich voornamelijk onder hun invloed tot bakermat van de Renaissance.

Lorenzo il Magnifico was verantwoordelijk voor heel wat opdrachten aan Michelangelo, Leonardo da Vinci en Botticelli. Vandaar dat er veel van hun werken zijn te vinden in het Uffizi. Dat het administratieve hart van het de’ Medici-imperium was.

Renaissance

De renaissance in Florence en Toscane is geen plots begin, geen duidelijk jaartal waarop alles verandert. Ze groeit langzaam, uit handel, ambitie en een nieuw vertrouwen in de mens. In de steden van Toscane ontstaat in de veertiende en vijftiende eeuw een klimaat waarin denken, maken en kijken opnieuw worden uitgevonden.

Florence speelt daarin een centrale rol. Niet omdat de stad groter of machtiger is dan andere, maar omdat rijkdom hier samenvalt met nieuwsgierigheid. De wolhandel en het bankwezen brengen geld, maar ook een open blik op de wereld.

Families als de’ Medici begrijpen dat macht niet alleen zichtbaar hoeft te zijn in wapens of muren, maar ook in kunst, kennis en schoonheid. Door kunstenaars, denkers en architecten te steunen, vormen zij het decor waarbinnen iets nieuws kan ontstaan.

Humanisme

Wat de renaissance onderscheidt, is het humanisme: de herontdekking van de klassieke oudheid en het idee dat de mens zelf centraal mag staan. Niet als klein radertje in een goddelijk plan, maar als denkend, voelend en scheppend wezen.

In Toscane krijgt dat idee vorm in woorden, steen en verf. Dante legt al vroeg de basis met zijn taal en verbeelding. Later volgen Petrarca en Boccaccio, die het innerlijke leven van de mens serieus nemen.

In de beeldende kunst wordt dit zichtbaar in aandacht voor proportie, perspectief en anatomie. Brunelleschi kijkt naar Romeinse ruïnes en vertaalt hun logica naar een nieuwe architectuur, met de koepel van de Dom van Florence als tastbaar keerpunt.

De weergaloze koepel van Brunelleschi van de Duomo van Florence

Masaccio schildert mensen met gewicht en schaduw, alsof ze echt ruimte innemen. En met Leonardo da Vinci en Michelangelo bereikt het streven naar begrip van de mens, fysiek en geestelijk, een ongekende intensiteit.

De David van Michelangelo

Toch is de renaissance in Toscane geen idyllische tijd. Achter de kunst en het intellectuele vuur schuilt politieke onzekerheid, machtsstrijd en sociale ongelijkheid.

Steden wedijveren met elkaar, families vallen en staan op, geloof en twijfel botsen. Juist die spanning voedt de creativiteit. Kunst is hier geen versiering, maar een manier om orde te scheppen in een onrustige wereld.

Wat Toscane bijzonder maakt, is dat deze geschiedenis niet afgesloten voelt. De renaissance leeft voort in straatbeelden, in verhoudingen, in het idee dat schoonheid aandacht verdient. Niet om bewonderd te worden op afstand, maar om onderdeel te zijn van het dagelijks leven.

Wie door Florence of Siena loopt, beweegt zich niet door een openluchtmuseum, maar door een landschap waar denken en kijken ooit opnieuw zijn begonnen. En misschien nog altijd niet helemaal zijn opgehouden.

Piazza della Repubblica dat werd uitgebreid toen Florence even hoofdstad van Italië was

Keizerrijk en eenwording

Na het uitsterven van de de’ Medici in 1737 gaat Toscane over in handen van het huis Habsburg-Lotharingen. Onder deze nieuwe vorsten wordt de regio opvallend hervormingsgezind. Er komen bestuurlijke vernieuwingen, economische modernisering en sociale hervormingen. Toscane schaft als een van de eerste staten ter wereld de doodstraf af. Het is een periode van verlicht absolutisme: minder groots, maar wel vooruitstrevend.

De Napoleontische tijd brengt opnieuw verandering. Toscane wordt ingelijfd, opgesplitst en opnieuw vormgegeven volgens Franse inzichten. De oude structuren wankelen, maar na Napoleons val keren de groothertogen terug.

Toch is de rust niet blijvend. In de negentiende eeuw groeit het verlangen naar nationale eenheid. Toscane speelt hierin geen luidruchtige hoofdrol, maar beweegt mee in het Risorgimento, de eenwording van Italië.

In 1861 wordt Toscane onderdeel van het nieuwe Italiaanse koninkrijk. Florence fungeert zelfs korte tijd als hoofdstad van Italië, een symbolische rol die haar historische gewicht onderstreept.

Daarna verplaatst het politieke centrum zich definitief naar Rome. Toscane wordt provincie, geen machtscentrum meer, maar behoudt zijn culturele uitstraling.

20e eeuw

Na de Eerste Wereldoorlog raakt ook Toscane politiek verdeeld. Armoede, werkloosheid en onvrede maken de weg vrij voor het fascisme.

In steden als Florence, Livorno en Pisa ontstaan zowel steun als verzet. De zwarte vlaggen en marsen voor Il Duce (Mussolini) botsen hier met een sterke traditie van kritisch denken en arbeidersbewegingen. Vooral langs de kust en in industriële gebieden.

De Tweede Wereldoorlog laat diepe littekens na. Toscane ligt op de route van de Gotische Linie, de Duitse verdedigingslinie dwars door Italië. Dorpen in de Apennijnen worden geëvacueerd of verwoest, bruggen en spoorlijnen opgeblazen. Florence wordt grotendeels gespaard, maar verliest vrijwel al zijn bruggen over de Arno. Behalve de Ponte Vecchio. Na het schijnt op voorspraak van Hitler zelf.

Wederopbouw

Na 1945 volgt wederopbouw, maar ook een breuk met het verleden. Het oude landbouwsysteem stort in. Veel Toscanen trekken naar de stad of verlaten de regio op zoek naar werk.

Florence, Prato en Pisa industrialiseren; Prato groeit uit tot een centrum van de textielindustrie. Tegelijk raken heuvels en boerderijen verlaten. Wat ooit noodzaak was, wordt later romantiek.

In de jaren zestig en zeventig ontstaat een nieuw Toscane. Toerisme groeit, eerst voorzichtig, later massaal. Het landschap wordt opnieuw gewaardeerd, nu als cultureel erfgoed.

De overstroming van de Arno in 1966 markeert een keerpunt: niet alleen als natuurramp, maar als moment van collectieve solidariteit en internationaal besef dat Toscane iets is dat beschermd moet worden.

Richting de 21e eeuw

Aan het eind van de eeuw zoekt Toscane naar balans. Tussen economie en behoud, tussen leven en decor. De twintigste eeuw maakt de regio minder vanzelfsprekend agrarisch en meer bewust historisch. Wat blijft, is een sterk lokaal geheugen.

In dorpen, families en landschappen leeft de geschiedenis voort. Niet als groot verhaal, maar als iets dat zich hecht aan plekken, aan stenen, aan stilte.

Zo ontwikkelt Toscane zich tot een regio die minder stuurt en meer bewaart. De geschiedenis na de renaissance is geen verhaal van grote doorbraken, maar van aanpassing, hervorming en herinnering.

Misschien is dat juist wat Toscane vandaag zo herkenbaar maakt: een plek die geleerd heeft om met zijn verleden te leven, zonder het voortdurend opnieuw te willen uitvinden.

Klimaat

In Toscane is het vanaf mei tot september over het algemeen warm. In de zomer zelf, de laatste jaren ook steeds warmer. Temperaturen boven de 35 graden worden steeds normaler.

Tegelijkertijd is er ook een andere beweging. In het voorseizoen en soms zelfs tot eind april/begin mei kan het er flink regenen. Een bijkomstigheid die de Chianti bijvoorbeeld prachtig groen maakt. Totdat het water is opgedroogd door de lange, hete zomers.

Dit maakt dat Toscane alleen voor zonaanbidders en mensen die niet zo last hebben van de warmte geschikt is in de zomer. Wil je naar Toscane op een minder warm moment, dan is begin mei of eind september de perfecte tijd. Het kan dan nog altijd warm zijn. Soms ook wel boven de 25 graden. Maar de echte tropische hitte is er dan niet.

Een lange meivakantie kan dus de ideale vakantietijd voor Toscane zijn. Of je hebt geen last van de warmte: ga dan lekker in de zomer!

Op vakantie!

Jullie gaan op vakantie! Wat een luxe dat dit kan… En wat gaan jullie een mooie reis maken! Boordevol cultuur. En een vleugje natuur.

Uitzicht vanaf agricamping Romita

Camping of agriturismo?

Ga je kamperen of wil je in een huisje? Dat laat ik over aan jou. Ik geef voor allebei een aantal alternatieven. En knip het qua campings ook nog een keer uit elkaar. Zodat je ook een beetje kunt trekken. Wanneer je bijvoorbeeld met de camper bent.

Voor wat betreft het kamperen vind ik dat er de laatste jaren veel veranderd is in Italië. Jaren geleden waren de plekken vaak klein en waren de sanitaire voorzieningen niet altijd goed verzorgd.

Dat is verleden tijd nu Italië volop de concurrentie voelt van Kroatië. De campings zijn daardoor over het algemeen ook goed betaalbaar en krijg je door de upgrade van de voorzieningen ook waar voor je geld!

Qua huisje is een agriturismo leuk om te doen. Die zijn er ook veel te vinden in Toscane. Dat zijn vaak oude landhuizen waar je met een aantal andere accomodaties de gemeenschappelijke voorzieningen deelt. Dat is meestal vooral het zwembad. Ik heb twee hele mooie voor jou en jullie geselecteerd!

Het hele gezin

Reizen met Richard is reizen met kinderen. Ik houd in al mijn reisplannen rekening met het hele gezin. Alle activiteiten zijn dus ook goed te doen met kinderen.

Waarbij ik er vanuit ga dat je kinderen van 1-3 jaar tijdens een stadswandeling wel meeneemt in een rug- of buikdrager. Want de straten in Toscane zijn niet altijd even geschikt voor kinderwagens…

Land of strand?

Toscane heeft een lange kustlijn die ook erg populair is bij vakantiegangers. Zeker de kust tussen Cecina en San Vincenzo. Waar de kust groen is met bossen.

This post is for paid subscribers

Already a paid subscriber? Sign in
© 2026 Richard · Privacy ∙ Terms ∙ Collection notice
Start your SubstackGet the app
Substack is the home for great culture